Muziektheorie part 2

Enkele weken geleden verscheen deel 1 van TIPS & TRUCS – Muziek Theorie.

Daarin werd onder andere uitgelegd hoe instrument stemmingen werken,

welke toonladders je o.a. hebt en hoe je die berekenen.

In dit vervolg gaan we die toonladders gebruiken om akkoorden mee te bouwen.

Hou eventueel de toonladders uit deel 1 erbij om het jezelf gemakkelijker te maken.

Basisakkoorden

Akkoorden bestaan uit combinaties van minimaal 3 of meer klanken. Deze combinaties worden gevormd door enkele klanken uit de toonladders samen te voegen. De eenvoudigste, het 3 klank akkoorden bestaat uit de 1e, de 3e en de 5e toon (uit de toonladder) vanaf de grondtoon van het akkoord. Dit werkt als volgt:

De toonladder van C Majeur bestaat uit de volgende tonen:

C – D – E – F – G – A – B

 Als we nu het ‘C-Majeur’- akkoord willen maken nemen we de C als basis, de grondtoon.

Vervolgens nemen we de 3e klank uit de toonladders (ookwel de “terts” genoemd) erbij en tevens gebruiken we de 5e klank uit de toonladder, de “kwint”.

 Het C-majeur akkoord komt er dus als volgt uit te zien:

 “C – E – G”

 Op dezelfde wijze kunnen we de andere 3 klank akkoorden uit de toonladder van C-Majeur ook opbouwen:

“D – F – A”

“E – G – B”

“F – A – C”

“G – B – D”

“A – C – E”

“B – D – F”

Hierboven staan alle 3-klank akkoorden uit de toonladder van C-Majeur, zou je nog een stap verder gaan kom je namelijk weer bij het C- akkoord, alleen dan een octaaf hoger.

Deze manier van akkoorden bouwen werkt ook precies hetzelfde bij andere toonladders. De 1e (grondtoon), de 3e (Terts) en de 5e (Kwint) noot van de toonladder genomen vanaf de naamgever van het akkoord vormen dus het 3-klank akkoord.

Deze toontrappen worden vaak aangegeven met een Romeins cijfer. Het eerste akkoord van de toonladder, in dit geval dus de C omdat het de toonladder “C-Majeur” is, krijgt het Romeinse cijfer “I”.

De rest volgt op volgorde. Hieronder een voorbeeld met de toonladder D-majeur:

  • I :           “D – F# - A”
  • II:           “E – G – B”
  • III:          “F#- A- C#”
  • IV:          “G – B – D”
  • V:           “A – C# – E”
  • VI:          “B – D –F#”
  • VII:         “C# - E – G” 

Wat misschien meteen al opvalt is dat het “D-akkoord” uit de toonladder van “C-Majeur” en het “D-akkoord” uit de toonladder van “D-Majeur” verschillend zijn. Zou je beide akkoorden spelen op een instrument dan zul je ook duidelijk verschil horen tussen de 2 akkoorden. Het “D-akkoord” uit de toonladder van “D-Majeur” klinkt vrolijker dan het “D-akkoord” uit de toonladder van C.

Dit verschil zit hem in de middelste klank van het akkoord, de terts.

Bij het D-akkoord uit de D-majeur toonladder is dit een “F#” terwijl dit bij het D-akkoord uit de C-toonladder een “F” is.

 In Deel 1 van TIPS & TRUCS – Muziek Theorie zagen we al dat er schema’s met hele en halve bestaan voor het opbouwen van Toonladders. Deze reeks is nu ook weer van belang bij het bouwen van akkoorden.

Nemen we de toonladder van C –Majeur dan hadden we de volgende reeks.

C – D – E – F – G – A – B - C

  1  -  1  - ½ - 1 – 1 – 1 – ½ 

Als we nu het D-akkoord pakken, bestaande uit D – F – A, dan zien we dat de afstanden tussen de noten de volgende zijn. D naar F: 1 + ½ = 1 ½ stap, F naar A: 1 + 1 = 2 stappen.  

Doen we ditzelfde bij het D akkoord uit de toonladder van D-majeur dan krijgen we:

D – E – F# - G – A – B – C# - D

  1  -  1  - ½  - 1 – 1 – 1 –  ½

Het D-akkoord bestaat hier uit D – F# - A, dus D naar F# = 2 stappen & F# naar A = 1 ½ stap.

Als men 2 stappen moet nemen naar de volgende toon noemt men dat een grote terts, als er slechts anderhalve stap genomen moet worden naar de volgende toon noemt men dat een kleine terts.

Het D akkoord uit de Toonladder van C-majeur bestaat dus uit eerst een kleine terts en dan een grote terts, het D akkoord uit de Toonladder van D-majeur bestaat uit eerst een grote terts en dan een kleine terts.

Akkoorden met eerst een grote terts en dan een kleine terts noemt men Majeur akkoorden.

Akkoorden met eerst een kleine terts en dan een grote terts noemt men Mineur akkoorden. 

Bij de Majeurtoonladders zijn de I, IV en V akkoorden de Majeur Akkoorden, in het geval van de C-Majeur toonladder dus de C-majeur, F-Majeur en G-Majeur.

De II, III en VI akkoorden van de Majeurtoonladders zijn de Mineur Akkoorden. Hier dus de D-mineur, E-mineur en de A-mineur. Dit word vaak genoteerd als Dmin/ Dm, Emin/ Em of Amin/ Am.

Dan blijft er nog 1 akkoord over die niet genoemd is, het VII akkoord. Dit akkoord bestaat uit 2 kleine tertsen, dus 2 keer anderhalve stap en word een Verminderd ofwel Diminished akkoord genoemd.

In dit geval is dat dus het B-diminished akkoord.  Vaak geschreven als Bdim.

Bij (Natuurlijke) mineur-toonladders zijn de schuift dit uiteraard een stuk op. De I, IV en V akkoorden zijn de mineur akkoorden. Het II akoord is de Diminished ofwel verminderde akkoord en de III, VI en VII akoorden zijn de Majeur akkoorden. 

Hieronder een handige tabel waarin bovenstaande overzichtelijk is samengevat:

 

muziekchart

 

 

 

Akkoordprogressies

Een hele hoop theorie, maar wat kun je er nu precies mee?

Met het bovenstaande moet je in staat zijn om, in combinatie met de toonladders uit deel 1, van de belangrijkste toonladders de 3-klank akoorden te bouwen.

De akkoorden zijn bedoeld om begeleiding te geven aan melodieen. Dit doe je middels Akkoord progressies. Sommige akkoorden klinken namelijk beter na elkaar dan anderen.

Dit komt doordat elk akkoord of toontrap zijn eigen functie heeft binnen de toonladder.

De 7 toontrappen zijn als volgt verdeeld: 

  • I : Tonica
  • II: Sub- Dominant
  • III: Vervanging van Tonica of Dominant
  • IV: Sub-Dominant
  • V: Dominant
  • VI: Vervanging van Sub-Dominant of Tonica
  • VI: Vervanging van Dominant

De Tonica word gezien als het rustpunt, de Dominant heeft altijd de neiging naar dit rustpunt toe te willen. De volgorde Dominant-Tonica klinkt dus over het algemeen erg goed in het gehoor. De Sub-Dominant heeft juist weer de neiging om naar de Dominant toe te willen gaan.

De volgorde “Tonica – Sub-Dominant – Dominant” is daarom veel gebruikt en heeft een gevoel van spanningsopbouw. De Akkoordprogressie “I-IV-V -I” is daarom een van de meest gebruikte akkoordprogressie in de Rock muziek.

Een andere veelgebruikte akkoordprogressie in de popmuziek is de “I-V-VI-IV” progressie. De Australische commedianten Axis of Awesome hebben hier dankbaar gebruik van gemaakt en een satire hierop gemaakt genaamt : “4 Chord songs”. Hierin spelen ze enkele tientallen hits van de afgelopen 50 jaar die allemaal gebaseerd zijn op deze akkoordprogressie.

Zie onderstaande link voor het filmpje.
http://www.youtube.com/watch?v=5pidokakU4I

 

Door bijvoorbeeld de Dominant te vervangen voor een van de vervangende Dominanten krijg je weer een andere progressie die ook duidelijk anders, maar toch goed klinkt.

In de Jazz word bijvoorbeeld het IV akkoord, de sub-Dominant vaak vervangen voor het II akkoord zodat men op de "II - V - I" progressie uitkomt.

hieronder enkele bekende en veel gebruikte akkoord progressies:

 

common chord



Conclusie
Door combinaties van noten te gebruiken kun je zelf vrij gemakkelijk basisakkoorden maken. Deze akkoorden klinken prima en worden overal in de muziek gebruikt. Heb je de basisakkoorden door en kun je daarmee akkoordprogressies maken in verschillende toonsoorten dan is het een kleine stap naar de meer ingewikkelde akkoorden.

Geschreven door Maarten van Satur8 

 

 

Volg ons op Facebook!

Mis geen enkele aanbieding en abonneer u op onze nieuwsbrief!